← Alle artikelen

Kenniscentrum

Veiligheidssignalisatie volgens ISO 7010: de 7 meest gemaakte fouten

Veiligheidssignalisatie volgens ISO 7010: de 7 meest gemaakte fouten

Een bord met een groen lopend mannetje hangt snel. Of het ook werkt, is een andere vraag. Bij rondgangen op de werkvloer zie ik signalisatie die er wel hangt, maar waar niemand iets aan heeft: verkeerd geplaatst, door elkaar gebruikt of al jaren achterhaald. In dit artikel zet ik de fouten op een rij die ik het vaakst tegenkom, en hoe je ze oplost.

Eerst: wat is verplicht en wat niet?

De regels voor veiligheidssignalisatie staan in de Codex over het welzijn op het werk, boek III, titel 6 (veiligheids- en gezondheidssignalering). Daarin staat welke kleuren en vormen je gebruikt, hoe je borden plaatst en onderhoudt, en dat je je werknemers uitlegt wat ze betekenen. ISO 7010 (in België geregistreerd als NBN EN ISO 7010) is een internationale norm met gestandaardiseerde pictogrammen. Volgens de FOD Werkgelegenheid is het gebruik ervan in België vrijwillig. Dat is goed om te weten, want het verklaart meteen een paar van de fouten hieronder.

Fout 1: denken dat al je oude borden meteen weg moeten

Ik hoor het geregeld: "We moeten alles vervangen door ISO 7010." Dat klopt niet. Borden die nog goed leesbaar zijn en voldoen aan de Codex, mag je laten hangen. De FOD raadt wel aan om bij versleten of onleesbare borden grondig te vernieuwen volgens ISO 7010. Mijn advies: vervang niet alles in één keer, maar plan de overgang. Neem ze op in je globaal preventieplan en begin waar borden versleten zijn of waar je verbouwt.

Fout 2: oude en nieuwe pictogrammen door elkaar

Dit is de fout die ik het vaakst zie. In de ene gang hangt een nooduitgang met het oude pictogram, in de volgende gang het ISO 7010-pictogram, met een andere richting van het mannetje of de pijl. Voor iemand die in paniek de uitgang zoekt, is dat verwarrend. De FOD vraagt om in een bedrijf bij voorkeur één systeem te gebruiken. Stap je over, doe het dan per duidelijk afgebakende zone, bijvoorbeeld een nieuwe afdeling of een volledig gebouw. Zolang beide systemen naast elkaar bestaan:

* leg je werknemers uit wat de verschillen zijn, zeker bij nooduitgangen en de vluchtrichting; * vermeld je de verschillen in je interne noodplan en in de info voor de hulpdiensten; * zorg je dat je evacuatieplan dezelfde pictogrammen gebruikt als de borden in het gebouw.

Fout 3: een bord ophangen in plaats van het risico aan te pakken

Een waarschuwingsbord "Opgelet, lage doorgang" is geen oplossing als je de balk kunt beveiligen of de doorgang kunt verhogen. Signalisatie komt pas aan bod voor de risico's die overblijven nadat je technische en organisatorische maatregelen hebt genomen. Daarom begint goede signalisatie bij een risicoanalyse. Weet je niet goed welke analyses je minstens moet hebben, lees dan eerst dit artikel.

Fout 4: te veel borden op één plek

Een deur met acht pictogrammen leest niemand. De Codex zegt uitdrukkelijk dat je moet vermijden dat te veel borden dicht bij elkaar hangen. Hoe meer borden, hoe minder elk bord nog opvalt. Kies wat echt nodig is op die plek. Een gebod dat voor de hele hal geldt, zoals veiligheidsschoenen, hang je één keer bij de toegang, niet aan elke machine.

Fout 5: borden op de verkeerde plaats

Volgens de Codex hangen borden op een passende hoogte, in het gezichtsveld, bij de toegang tot een zone met een algemeen risico of vlak bij het specifieke risico. De plaats moet goed verlicht en zichtbaar zijn. Bij slechte verlichting gebruik je fluorescerende of reflecterende borden of extra verlichting. Wat ik in de praktijk tegenkom:

* een nooduitgangsbord dat verdwijnt achter een opengezette deur of een stelling; * een brandblusserbord dat zo laag hangt dat het achter een pallet zit; * een gebodsbord dat pas zichtbaar is als je al in de zone staat; * borden in een donkere opslagruimte zonder verlichting of nalichtend materiaal.

Een goede test: loop de route zelf, op ooghoogte, en kijk wat je echt ziet.

Fout 6: borden die blijven hangen of vervagen

Een bord moet weg zodra de situatie die het rechtvaardigt niet meer bestaat. Een waarschuwing voor een machine die al twee jaar verdwenen is, ondermijnt de geloofwaardigheid van al je andere borden. Omgekeerd moeten borden schoon en onderhouden blijven en vervangen worden als ze verkleurd of beschadigd zijn. Neem de signalisatie op in je vaste veiligheidsrondes, zodat iemand er regelmatig naar kijkt.

Fout 7: niemand uitleggen wat de borden betekenen

De werkgever moet zijn werknemers opleiden en informeren over de signalisatie: wat de borden betekenen en wat ze dan moeten doen. Dat vergeet men vaak, zeker bij nieuwe medewerkers, uitzendkrachten en onderaannemers. Neem de belangrijkste borden op in je onthaal. Het hoeft niet lang te duren: een rondgang van tien minuten langs de vluchtwegen, de brandblussers en de zones met persoonlijke beschermingsmiddelen doet meer dan een folder.

Snel checken in je eigen bedrijf

1. Gebruik je één systeem van pictogrammen, of is de overgang gepland per zone? 2. Komen de pictogrammen op je evacuatieplan overeen met die in het gebouw? 3. Hangt elk bord bij een risico dat nog bestaat? 4. Zie je elk bord vanaf de plek waar je het nodig hebt, ook bij slechte verlichting? 5. Weten nieuwe medewerkers wat de borden betekenen?

Twijfel je bij een van deze vragen? Bij signalisatie help ik je van de analyse tot de plaatsing. Neem contact op voor een rondgang.

Zet de volgende stap

Welke preventietaak
blijft bij jou liggen?

Ontbrekende documenten, openstaande acties of keuringen die opvolging vragen?
Bespreek het met Johan. Hij laat weten wat hij voor jouw bedrijf kan opnemen.

Neem contact op →